De biologische waarde per bron

Bij het bepalen van de hoeveelheid eiwit die nodig is voor een sporter moet er rekening worden gehouden met de biologische waarde van het eiwit uit een bepaalde bron. De biologische waarde is het percentage van de eiwitten uit een bepaalde bron die daadwerkelijk gebruikt worden door het lichaam voor eiwitsynthese. Hoe kun je hier rekening mee houden en wat moet je ermee doen?

Allereerst moet gezegd worden dat er twee manieren zijn waarmee biologische waarde wordt aangeduid, wat soms voor verwarring kan zorgen. Dit zijn de percentuele en de relatieve biologische waarden. Bij de percentuele biologische waarde wordt aangeduid exact welk percentage van de binnengekregen eiwitten zullen bijdragen aan eiwitsynthese. De relatieve manier duidt aan de hoeveelheid gebruikte eiwitten in vergelijking met een andere bron. Vaak wordt voor de relatieve waarde een heel ei gebruikt als referentiepunt. Dat wil zeggen dat bron X een biologische waarde heeft van Y ten opzichte van de biologische waarde van een heel ei.

Dit betekent dat je goed op moet passen wanneer er gezocht wordt naar een nieuw eiwitproduct in de sportvoedingsbranche. Het is namelijk eenvoudig een product op de markt te brengen en te claimen dat de biologische waarde hoger is dan 100*, met een mooie asterisk, gevolgd door zeer kleine letters ergens onderaan de pot waar staat: “*in vergelijking met bron X”. Hierbij kan de consument denken dat er een biologische waarde is van hoger dan 100%. In percentuele waarden is dit nooit het geval.

Het is dus minder verwarrend te werken met de absolute waarde en dat is waar we mee zullen werken. De relatieve waarde kan ook gebruikt worden, maar let dan goed op! Een aantal waarden op een rijtje:

Wei-Eiwit
Moedermelk
Kippenei
Sojamelk
Koeienmelk
Kaas
Rijst
Vis
Rund

96
95
94
91
90
84
83
76
74

Hetgeen wat een eiwit een hoge biologische waarde geeft is voornamelijk de aanwezigheid van essentiële aminozuren. In totaal zijn er 21 verschillende aminozuren, waarvan er 9 essentieel zijn voor mensen. Deze essentiële aminozuren zijn nodig voor eiwitsynthese van bepaalde weefsels. Als er in een spier bijvoorbeeld het essentiële aminozuur fenylalanine nodig is, maar de bron weinig tot geen fenylalanine bevat, zal de biologische waarde ook laag zijn.

Neem deze informatie met een korrel zout. Het is namelijk zo dat dit geen gouden regel is in de wereld van fitness. Biologische waarde is namelijk maar een van de manieren een eiwit te waarderen en het heeft zijn tekortkomingen. Als een voorbeeld zijn er veel onderzoeken naar biologische waarden gedaan op ratten, welke uitgehongerd werden voor het onderzoek begon. In een gevaste staat worden eiwitten beter opgenomen en zullen de waarden dus hoger uitkomen dan ze zouden in een normale staat. Tevens neemt in veel gevallen de biologische waarde af wanneer de bron in normale porties wordt toegediend. Veel onderzoeken zijn gedaan waar er bijvoorbeeld een eiwit werd toegediend met een hoeveelheid van 0.2 gram per kilogram lichaamsgewicht, waarbij de biologische waarde uitkwam op bijna 100. Wanneer de hoeveelheid werd verhoogd naar 0.5 gram per kilogram lichaamsgewicht daalde de biologische waarde al snel naar 70.

Betekent dit dat we biologische waarde in zijn geheel moeten afdanken? Nee, maar houd er wel rekening mee dat het niet precies klopt. Kijk naar de biologische waarde, laat je niet foppen en oordeel zelf.